De theeplant is een groenblijvende plant uit de familie van de Camellia, dat een heestersoort is. De botanische naam is Camellia sinensis. Er worden twee subsoorten onderscheiden: de variant sinensis (oorspronkelijk uit China; sinensis is het Latijnse woord voor Chinees) en de variant assamica (oorspronkelijk uit het gebied Assam in het noorden van India).

De Chinese theestruik (Camillia sinensis var. sinensis) is meer dan 5000 jaar geleden ontdekt. Deze struik kan tot 4 meter hoog worden en heeft smalle, fijne blaadjes (ong. 5 cm lang), die de thee een licht aftreksel geven met een fijne smaak en aangename geur. Hij groeit in hooggelegen streken, is bestendig tegen zeer lage temperaturen en groeit langzaam, waardoor deze niet veel bladeren produceert.

De Assam-theeplant (Camellia sinensis var. assamica) werd in 1823 ontdekt in Noord-India. Hij groeit in lagergelegen streken en komt voor in landen met een vochtig, tropisch klimaat. Hij is eerder een boom dan een struik en kan een hoogte van wel 15-20 meter bereiken. De theebladeren kunnen 15 tot 35 cm groot worden en geven een sterk aftreksel met een krachtige aroma en donkere theekleur. De Assamplant groeit veel sneller dan de Chinese plant, waardoor deze een grotere oogst kan opbrengen. Er is verder een derde, niet-natuurlijke soort: de hybride plant, die een kruising is tussen de twee originele planten. De weerbestendigheid van de Chinese plant en de snelle groei van de Assamboom worden hierdoor gecombineerd. Tegenwoordig zijn de meeste theeën in Europa afkomstig van de hybride planten.

TheeplantTheeplant